U bent hier: Home -> Pers en media -> Nederlands Dagblad, 21 juli 2008
Nederlands Dagblad, 21 juli 2008

'Vriendengroep' gaat voor derde titel

door Tom Kuiper, Nederlands Dagblad, 21 juli 2008

Het Nederlandse voetbal kan deze zomer toch nog een Europees Kampioenschap halen. Het nationaal ID-team (Intellectual Disability), voor jongeren die moeilijk leren, kan vandaag, 21 juli, de eerste stap zetten naar de derde titel op rij. Het geheim van de bondscoach? Positivisme.

ROTTERDAM - Nog een uurtje en dan koerst de Pride of Rotterdam richting de Britse havenstad Hull. De zestienjarige Furkan Alakmak kijkt op een afstandje vol verwondering naar het immense schip, dat hem en zijn ploeggenoten straks naar Engeland zal brengen. Furkan is een van de aanvallers van het Nederlands ID-voetbalelftal, dat bestaat uit jongeren met leer- en concentratieproblemen. Over een paar dagen begint voor hen het Europees Kampioenschap voetbal in Manchester. Om mee te doen moet je enorm goed kunnen voetballen, maar daarbij een IQ hebben van lager dan 75.

,,Onze internationals zijn stuk voor stuk getalenteerde voetballers'', zegt Theo van Dasselaar, penningmeester van de Stichting Pro ID-voetbal. ,,Bijna allemaal spelen ze in de hoofdklasse van de amateurs of zelfs bij clubs uit het betaalde voetbal, zoals bij FC Utrecht en NEC. Het enige verschil met de meeste andere spelers is dat ze kampen met een ID, een Intellectual Disability . Daardoor hebben ze extra maatschappelijke begeleiding nodig.''

Van Dasselaar (59) werd twee jaar geleden gegrepen door het ID-voetbal. ,,Ik kan zo genieten van dit werk'', zegt hij. Zijn ogen stralen. ,,Als je ziet dat jongeren met een kort lontje vooruitgang boeken in hoe ze bijvoorbeeld met mensen omgaan, dan is dat fantastisch. Een toernooi als het EK zorgt voor positieve energie - precies wat de jongeren nodig hebben. Twee jaar geleden speelden ze de halve finale van het WK voor zo'n 20.000 mensen. Dat doet natuurlijk iets met die gasten.''

Stempel
Het gros van de talenten speelde zich in de kijker tijdens een van de vele vier-tegen-vier-toernooien die Bouma organiseert op scholen voor speciaal onderwijs. De toernooien vormen de basis van het ID-voetbal. Jongens die in positieve zin opvallen, komen in aanmerking voor het Nederlands elftal.

Tot 2006 - toen teammanager Fred Hermans en Bouma de Stichting Pro ID-voetbal oprichtten - viel de sport onder het G-voetbal voor lichamelijk gehandicapten. Het ID-team speelde al jaren met een eigen elftal. Hermans en Bouma vonden de tijd rijp voor een eigen missie. Van Dasselaar weet waarom: ,,De jongeren met wie wij werken, voelen zich helemaal niet gehandicapt. Zo'n stempel willen ze niet opgeplakt krijgen.,,

Na de splitsing gebeurde er iets opmerkelijks. Waar het G-team onder de vlag van de KNVB ging spelen, bleef het ID-team voetballen onder auspiciën van Gehandicaptensport Nederland. De KNVB weigert het ID-team vooralsnog te erkennen, waardoor de Stichting jaarlijks veel geld misloopt.

Hoofdargument van de bond: spelers die bij het ID-team voetballen, staan al ingeschreven bij een club en kunnen daar prima meespelen. Van Dasselaar: ,,Wij denken dat deze jongeren wel degelijk problemen ondervinden bij hun huidige clubs. Door hun beperking vallen ze vaak buiten de boot.''

Positivisme
Volgens de zestienjarige Frederik Korlaar komen problemen in het ID-team zelf bijna niet voor. ,,Ik zie het als een vriendengroep. Ik heb het er goed naar mijn zin.'' De rechtsback, die volgend seizoen in het tweede van Spakenburg speelt, weet nog niet of het team ook in voetballend opzicht een hecht collectief is. ,,Het is nog een jonge ploeg. We moeten maar zien hoe dat uitpakt op het EK. Ik zie het toernooi als een stuk van mijn opleiding.''

In die opleiding speelt René Bouma, inmiddels veertien jaar bondscoach, een belangrijke rol. Bouma kan met Nederland zijn derde Europese titel op rij pakken, een ongekende prestatie. Volgens Bouma heeft het Nederlands ID-elftal zijn successen te danken aan de kleinschaligheid van het land. Zijn ploeg kan vaker samenkomen dan ploegen in grotere landen. Bouma's ploeg speelt nagenoeg elke maand tegen amateurclubs of internationale tegenstanders.

Bouma benadrukt hoe belangrijk positivisme is bij de groep. ,,Deze jongens worden elke dag geconfronteerd met dingen die ze niet goed doen of die ze niet kunnen. Hier zeggen we: er gaan veel dingen goed, maar hieraan kun je nog werken. We willen dat de jongens zich concentreren op wat ze wél kunnen. Dan komen de prestaties vanzelf.''